De Zaak. Een werknemer raakt arbeidsongeschikt als gevolg van veel te hard werken gedurende een lange periode. De diagnose van de keuringsarts luidt burn-out. Zij krijgt een WAO-uitkering en een jaar later ontslag. Zij stelt daarop haar werkgever aansprakelijk omdat die zijn wettelijke zorgplicht niet zou zijn nagekomen. Zij kreeg een hoeveelheid werk opgedragen die niet in 40 uur per week kon worden uitgevoerd, maar in 60.
Wat zegt de wet? In boek 7:658 burgerlijk wetboek staat dat de werkgever maatregelen moet treffen ‘en aanwijzingen verstrekken’ die ‘redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt’. De werkgever is niet aansprakelijk als de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
Wat zegt de werkgever? De overbelasting is niet door het werk veroorzaakt, maar door haar persoon. Zij zou een verhoogde kans hebben op een burn out omdat ze moeite had met nee zeggen, graag hard werkt, alles goed wil doen en liefst ook helemaal zelf, idealistisch, ambitieus en plichtsgetrouw is en gewaardeerd wil worden. Verder liet ze niet blijken dat ze het werk niet aan kon. De werkbelasting ging die van de ‘normale, gemiddelde werknemer’ niet te boven.
Hoe oordeelt de rechter? De werkgever moet ervoor zorgen dat ook extra werk ‘in beginsel’ binnen 40 uur verricht kan worden. De werkgever kende bovendien de werkhouding en mentaliteit van de werknemer uit de beoordelingsgesprekken. De werkgever had kunnen en moeten weten dat zij vele overuren maakte en gezien de extra werkzaamheden overbelast was. De werkgever had er op bedacht moeten zijn dat zij een bijzonder risico liep. Zeker als zij belast werd met extra werk. Maar ook met werk waarop zij niet voldoende voorbereid was. De werkgever had zijn beleid op haar moeten afstemmen en meer de vinger aan de pols moeten houden.
Speelt het zwijgen een rol? De rechter vindt dat een werknemer die niet laat merken dat het werk te veel is of boven haar macht gaat, ‘niets afdoet’ aan de plicht van de werkgever zelfstandig en uit eigen beweging na te gaan of ze aan het werk is, of ze pauzes neemt en of ze werk mee naar huis neemt. Op het beoordelingsformulier was immers genoteerd dat de werknemer moeite had met delegeren, perfectionistisch was en moeite had los te komen van het werk. Dat is een ‘bijzonder risico’ waarvoor bewaking door de werkgever ‘geboden’ is. Ook was het de bedrijfsarts bekend uit een verslag van de huisarts dat zij „enorme vechtlust” heeft, houdt van doorzetten en spanningen ontkent. Dat leidde al eerder tot lichamelijke klachten. De werkgever heeft deze persoonskenmerken onderschat. „Daaraan doet niet af dat ook de werknemer zelf haar burn out risico tijdens haar werk niet heeft onderkend en haar burn out heeft genegeerd”.
De werkgever is aansprakelijk.
bron nrc.nl
NJB medewerker Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden zegt:
Zorgplicht werkgever geldt ook jegens niet-klagende werknemers
Werkgevers zijn verplicht een arbeidsomstandighedenbeleid te voeren. Aldus moet worden voorkomen dat werknemers schade lijden bij de uitoefening van hun werkzaamheden. Die verplichting bestaat jegens alle werknemers, niet alleen ten opzichte van hen die klagen. Dit volgt duidelijk uit de wet en wordt bevestigd door het Hof Den Bosch in de zaak van de werkneemster met een burnout.
Het hof stelt vast dat de werkgever over een langere periode een situatie heeft laten voortbestaan waarin de werkneemster te zwaar werd belast. De werkgever komt niet onder zijn aansprakelijkheid uit door te stellen dan de burnout het gevolg is van een aantal karaktereigenschappen van de vrouw, temeer niet nu die persoonskenmerken via diverse beoordelings- en functioneringsgesprekken al langere tijd bekend waren. Anders gezegd, de uitkomsten van de beoordelings- en functioneringsgesprekken hadden de werkgever extra alert moeten maken op het risico van een burnout. Dit geldt in het bijzonder nu de werkgever niet kon bewijzen dat de werkzaamheden in beginsel binnen 40 uur per week konden worden verricht en de werkgever wist, of moest weten, dat de werkneemster vele overuren maakte.
Burnout is een ernstige vorm van overspannenheid, die niet als officiële diagnose is opgenomen in de DSM-IV. Wel is bekend dat burnout een reactie vormt op langdurige blootstelling aan een grote hoeveelheid spanningen die de draagkracht van de betrokkene overstijgt. Deze spanningen worden veelal veroorzaakt door een combinatie van werk- en privéfactoren. Voor wat betreft dat laatste kan worden gedacht aan het overlijden van een dierbare, een relatiecrisis of een verhuizing. Had de werkgever zich op dergelijke privéfactoren kunnen beroepen?
De wettelijke zorgplicht voor de werkgever lijkt zich te beperken tot het voorkomen van schade bij de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Volgens het tweede lid van deze bepaling (art. 7:658 BW) is de werkgever alleen van zijn aansprakelijkheid ontslagen als de werkgever kan aantonen dat hij niet is tekortgeschoten in de naleving van zijn zorgplicht of dat de schade bij de werknemer in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Deze bepaling gaat dus niet over arbeidsongeschiktheid ontstaan in de privésfeer.
Volgens ons recht komt ook dergelijke schade in beginsel voor risico van de werkgever. Dat was voor de invoering van de WAO (1967) overigens anders. Voordien was de werkgever alleen aansprakelijk voor schade als gevolg van bedrijfsongevallen en bedrijfsrisico’s (risque professionel), maar niet voor schade die buiten het werk om was ontstaan (risque sociale). Deze tweedeling gaf aanleiding tot ellenlange en dure procedures. Behalve wellicht letselschadeadvocaten werd niemand gelukkig van dit systeem. Door het risico van arbeidsongeschiktheid primair te leggen bij de werkgever bestaat er relatieve rust op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dat dit in enkele individuele gevallen niet rechtvaardig uitvalt, moeten we misschien op de koop toenemen. In de onderhavige zaak was van een dergelijke onrechtvaardigheid echter geen sprake: de aangeklaagde werkgever had klip en klaar zijn zorgplicht verzaakt en moet daarom terecht opdraaien voor de schade die de werkneemster heeft geleden.